skip to Main Content

Ook niet-werkdagen tellen mee bij 183-dagenregeling

De Hoge Raad heeft in een uitspraak van 14 juli 2017 bevestigd dat ook niet-werkdagen meetellen voor de beoordeling van de 183-dagenregeling.

Op basis van de 183-dagenregeling geldt dat het woonland onder voorwaarden over het volledige salaris mag heffen, ook als de werknemer fysiek aanwezig was in het werkland.

Drie cumulatieve voorwaarden

Hiervoor gelden de volgende drie cumulatieve voorwaarden:

  1. De werknemer verblijft maximaal 183 dagen in het werkland in een bepaalde periode (deze periode verschilt per belastingverdrag);
  2. De beloning wordt betaald door of namens een werkgever die niet is gevestigd in dit werkland; en
  3. De beloning komt niet ten laste van een vaste inrichting of een vaste basis van de werkgever in het werkland.

Wat moet precies onder het begrip ‘verblijven’ worden verstaan? Worden alle aanwezigheidsdagen in het werkland meegeteld of moet sprake zijn van een verband tussen de werkzaamheden en het verblijf?

Aanwezigheid in werkland

De Hoge Raad geeft aan dat er letterlijk moet worden gekeken naar de aanwezigheid in het werkland. Dit betekent dat naast de werkdagen ook andere dagen (zoals weekenden, feestdagen, vakanties en vrije dagen) waarop de werknemer fysiek in het werkland aanwezig is meetellen bij de toets of een werknemer meer dan 183 dagen in het werkland aanwezig is.

De zaak gaat terug naar het Hof Arnhem-Leeuwarden voor nader feitenonderzoek naar het aantal dagen dat de werknemer in Nederland verbleef, inclusief de niet-werkdagen.

Houd dagenkalender bij

Heeft u een werknemer die, behalve in zijn woonland, ook nog in andere landen werkt, dan is het verstandig om voor de periode dat de werknemer in het buitenland te werk wordt gesteld een dagenkalender bij te houden. Hierbij is het van belang om ook de niet-werkdagen (gespecificeerd) bij te houden.

Uitspraak Hoge Raad, 14 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1326

Back To Top