skip to Main Content
Ontslag Om Bedrijfseconomische Redenen: Recht Op Transitievergoeding En Uitbetaling Vakantiedagen

Ontslag om bedrijfseconomische redenen: recht op transitievergoeding en uitbetaling vakantiedagen

Wanneer een werkgever een arbeidsovereenkomst beëindigt vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, moet hij voldoen aan verschillende wettelijke verplichtingen. In deze zaak oordeelde de kantonrechter dat de werkgever niet alleen een transitievergoeding moet betalen, maar ook 89 niet-genoten vakantiedagen moet uitbetalen.

Functie vervalt door reorganisatie

De werkgever stelde dat de functie van de werknemer is komen te vervallen door bedrijfseconomische redenen. De rol werd in 2021 geïntroduceerd om werkzaamheden van financial controllers te centraliseren en zo efficiënter te werken. In de praktijk leidde dit echter niet tot de gewenste werkverlichting, maar juist tot extra afstemming, vertraging en dubbel werk.

De werknemer voerde aan dat zij altijd goed had gefunctioneerd en dat haar werkzaamheden nog steeds binnen de organisatie worden uitgevoerd. Volgens haar betekende dit dat de functie feitelijk niet is vervallen.

Geen toegevoegde waarde meer

De kantonrechter stelde vast dat de werkgever voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de functie geen toegevoegde waarde meer had. Hoewel bepaalde taken blijven bestaan, zijn deze structureel ondergebracht bij andere functies. Daarmee is de functie als geheel komen te vervallen. Ook de stelling van de werknemer dat haar functie niet uniek zou zijn, was onvoldoende onderbouwd.

Werkgever mocht functie laten vervallen

Op basis van de functieomschrijving kon de werkgever duidelijk aangeven welke taken bij de functie hoorden en waarom deze niet overeenkwamen met andere rollen binnen de organisatie. De rechter concludeerde dat het laten vervallen van de functie noodzakelijk was vanuit bedrijfseconomisch perspectief.

Herplaatsingsonderzoek: zorgvuldig uitgevoerd

De werkgever heeft volgens de kantonrechter een zorgvuldig en inzichtelijk herplaatsingsonderzoek uitgevoerd. Herplaatsing is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever én werknemer. De werknemer heeft echter niet concreet aangegeven welke functies volgens haar wel passend waren. Daarom oordeelde de rechter dat de werkgever aan zijn herplaatsingsplicht heeft voldaan. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2026.

Transitievergoeding: discussie over bonus

Beide partijen zijn het erover eens dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding. Ze verschilden echter van mening over de hoogte, met name over de bonuscomponent.

  • De werknemer ging uit van € 500 bruto per maand.
  • De werkgever rekende met gemiddeld € 138,89 bruto per maand.

Volgens de wettelijke regels moet worden gekeken naar de gemiddelde bonus in de drie kalenderjaren voorafgaand aan het einde van het dienstverband. De werknemer ontving alleen in 2023 een bonus van € 5.000. In 2024 en 2025 kreeg zij geen bonus. Het gemiddelde komt daarmee uit op € 138,89 per maand — terecht volgens de werkgever. De uiteindelijke transitievergoeding bedraagt € 8.409,41 bruto.

Uitbetaling van 89 vakantiedagen

De werknemer vroeg daarnaast om een correcte eindafrekening, inclusief uitbetaling van 89 opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen. De werkgever voerde hiertegen geen gemotiveerd verweer en leverde geen relevante documenten aan. Daardoor moet hij het netto-equivalent van deze vakantiedagen alsnog uitbetalen, berekend op basis van het laatstgenoten loon.

Geen billijke vergoeding De rechter zag geen grond om een aanvullende billijke vergoeding toe te kennen.

Back To Top