Fiets van de zaak in 2026: wat moet je als werkgever weten?
Stel je als werkgever een (elektrische) fiets ter beschikking aan een werknemer? Dan krijg je te maken met regels rondom bijtelling, loonheffingen en vergoedingen. Per 2026 zijn deze regels verder verduidelijkt, met name rondom het stallen van de fiets.
Bijtelling: 7% of nihil
In principe geldt voor een fiets van de zaak een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs (inclusief btw). Dit is loon in natura en wordt belast via de loonheffingen.
Er geldt echter een bijtelling van nihil als de fiets:
- ook privé mag worden gebruikt, én
- niet of slechts incidenteel bij het woon‑ of verblijfadres van de werknemer wordt gestald.
Wordt de fiets meer dan bijkomstig (meer dan 10%) thuis gestald? Dan geldt alsnog de 7% bijtelling.
Belangrijk om te weten.
- Tegenbewijs bij weinig privégebruik is niet mogelijk.
- De fiets blijft eigendom van de werkgever.
- Voor fietsdagen mag geen onbelaste reiskostenvergoeding worden verstrekt.
- De aangepaste regeling geldt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020.
Praktische CHECKLIST VOOR WERKGEVERS
Gebruik onderstaande checklist om te beoordelen of je fietsregeling fiscaal juist is ingericht:
Bijtelling
□ Wordt de fiets thuis gestald door de werknemer?
- Nee of slechts incidenteel → 0% bijtelling
- Ja, meer dan 10% → 7% bijtelling
□ Is de juiste consumentenadviesprijs gehanteerd?
Loonheffingen
□ Is de bijtelling verwerkt als loon in natura?
□ Zijn loonbelasting, premies en Zvw correct toegepast?
□ Is overwogen of de bijtelling via de WKR in de vrije ruimte kan worden ondergebracht?
Reiskosten
□ Ontvangt de werknemer géén onbelaste vergoeding voor fietsdagen?
□ Maakt de werknemer ook gebruik van ander vervoer?
- Zo ja: zijn hierover duidelijke en persoonlijke afspraken vastgelegd?
Type fiets
□ Gaat het om een hubfiets, ov-fiets of deelfiets?
- Dan geldt meestal een nihilbijtelling, mits de fiets niet thuis wordt gestald.



