Rechtbank: geen lager gebruikelijk loon voor gepensioneerde dga zonder onderbouwing
Een gepensioneerde directeur-grootaandeelhouder (dga) kan niet zomaar een lager gebruikelijk loon hanteren. Dat blijkt uit een recente uitspraak van Rechtbank Gelderland. Ook een hoge leeftijd, beperkte werkzaamheden en afgebouwde bedrijfsactiviteiten zijn op zichzelf onvoldoende om af te wijken van het wettelijke normbedrag.
Gebruikelijk loon ter discussie
De zaak draaide om een dga die in 2021 aandeelhouder was van twee bv’s met belangen in verschillende ondernemingen. De bv’s realiseerden dat jaar fiscale winsten van respectievelijk
€ 61.510 en € 21.068.
Volgens de Belastingdienst genereerden de vennootschappen nog steeds omzet, terwijl er geen andere werknemers in dienst waren dan de dga zelf. Daarom stelde de inspecteur het gebruikelijk loon vast op het toen geldende wettelijke normbedrag van € 47.000. Daarbij werd ook rekening gehouden met een bijtelling voor privégebruik van de auto van de zaak.
Dga: slechts één dag per maand werkzaam
De dga vond dat het normbedrag niet aansloot bij zijn situatie. Hij stelde dat hij met pensioen was, de bedrijfsactiviteiten grotendeels waren afgebouwd en hij nog slechts één dag per maand werkzaamheden verrichtte. Een beloning van € 12.000 per jaar achtte hij daarom redelijk.
Volgens de Belastingdienst ontbrak echter een concrete onderbouwing waaruit bleek dat een lager gebruikelijk loon gerechtvaardigd was.
Bewijslast ligt bij de dga
De rechtbank stelde vast dat sprake was van een aanmerkelijk belang en dat de gebruikelijkloonregeling daarom van toepassing was. Vervolgens oordeelde de rechtbank dat de bewijslast bij de dga lag om aannemelijk te maken dat een lager loon passend was.
Dat lukte niet. De dga gaf onvoldoende inzicht in:
- de werkzaamheden die hij daadwerkelijk uitvoerde;
- de tijd die hij aan de verschillende vennootschappen besteedde;
- de aard en omvang van de bedrijfsactiviteiten in 2021.
Ook zijn leeftijd vormde volgens de rechtbank geen automatisch argument voor een lager gebruikelijk loon. Hoewel dit een aanwijzing kan zijn dat iemand minder werkt, moet dat wel met feiten en documenten worden onderbouwd.
Uitspraak
Omdat de dga zijn standpunt onvoldoende kon onderbouwen, kreeg de Belastingdienst gelijk. Het gebruikelijk loon bleef vastgesteld op het wettelijke normbedrag van € 47.000 en het beroep werd ongegrond verklaard.
Wat betekent dit voor dga’s?
Deze uitspraak onderstreept dat een lager gebruikelijk loon alleen mogelijk is wanneer daarvoor een duidelijke en goed gedocumenteerde onderbouwing aanwezig is. Leeftijd, pensionering of een beperkte tijdsbesteding zijn niet voldoende als niet inzichtelijk wordt gemaakt welke werkzaamheden nog worden verricht en hoeveel tijd daarmee gemoeid is.



