skip to Main Content

BETROUWBAAR,
ACCURAAT EN STIPT
BETROKKEN,
HELDER EN ACTUEEL
ZORG, AANDACHT
EN BORGING
Fietsregeling 2026: Wat Zijn De Gevolgen Voor De Loonheffingen?

Fietsregeling 2026: wat zijn de gevolgen voor de loonheffingen?

Steeds meer werkgevers bieden medewerkers een fietsregeling aan. Dat kan door een fiets te vergoeden, te verstrekken of een leasefiets ter beschikking te stellen. Daarnaast wordt de fietsregeling vaak gecombineerd met een cafetariaregeling of reiskostenvergoeding.

Maar wat zijn de fiscale gevolgen? Hieronder zetten we de belangrijkste aandachtspunten op een rij.

1. Een fiets vergoeden

Koopt een werknemer zelf een fiets en vergoedt de werkgever (een deel van) de aanschafkosten? Dan geldt deze vergoeding als loon voor de werknemer.

De werkgever kan de vergoeding onder voorwaarden aanwijzen als eindheffingsloon binnen de werkkostenregeling (WKR). Het bedrag komt dan ten laste van de vrije ruimte. Wordt de vrije ruimte overschreden, dan is 80% eindheffing verschuldigd.

Kilometervergoeding blijft mogelijk

Naast de vergoeding voor de fiets mag de werkgever een onbelaste vergoeding van maximaal € 0,25 per kilometer geven voor zakelijke ritten, waaronder woon-werkverkeer.

2. Een fiets verstrekken

Bij het verstrekken van een fiets wordt de werknemer eigenaar van de fiets. De waarde van de fiets vormt loon voor de werknemer.

Ook hier kan de werkgever de waarde aanwijzen als eindheffingsloon binnen de WKR. De waarde komt dan ten laste van de vrije ruimte.

Reiskostenvergoeding

Net als bij een vergoede fiets blijft een onbelaste kilometervergoeding tot € 0,25 per kilometer mogelijk voor zakelijke reizen en woon-werkverkeer.

3. Fietsregeling combineren met een cafetariaregeling

Werkgevers kunnen een fietsregeling combineren met een cafetariaregeling, waarbij werknemers bijvoorbeeld een deel van hun brutoloon uitruilen voor een fiets.

Renteloze lening

Wordt een renteloze lening verstrekt voor de aanschaf van een fiets? Dan geldt het rentevoordeel fiscaal als nihil. De werknemer betaalt hierover dus geen belasting.

Voordelen van deze constructie

  • Geen directe belastingheffing over het rentevoordeel.
  • Minder beslag op de vrije ruimte van de WKR.
  • Interessante mogelijkheid voor werknemers om voordelig een fiets aan te schaffen.

Let wel op dat een verlaging van het brutoloon gevolgen kan hebben voor vakantiegeld, pensioenopbouw, uitkeringen en toeslagen.

4. Fiets van de zaak (ter beschikking stellen)

Bij een fiets van de zaak blijft de fiets eigendom van de werkgever of leasemaatschappij. Ook leasefietsen vallen hieronder.

Wanneer de werknemer de fiets privé mag gebruiken, geldt een fiscale bijtelling.

Bijtelling van 7%

De bijtelling bedraagt jaarlijks 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets, inclusief btw.

Dit geldt ook als de fiets wordt gebruikt voor woon-werkverkeer.

Geen tegenbewijs mogelijk

Anders dan bij een auto van de zaak bestaat er geen regeling voor beperkt privégebruik. Zodra een fiets voor privégebruik beschikbaar is, geldt de bijtelling.

5. Accessoires en bijkomende kosten

Accessoires die onderdeel uitmaken van de consumentenadviesprijs vallen binnen de 7%-bijtelling.

Voorbeelden van kosten die geen invloed hebben op de bijtelling zijn:

  • fietsverzekering;
  • extra sloten;
  • reparaties;
  • hulpmiddelen voor fietstassen.

Deze kosten kunnen doorgaans onbelast door de werkgever worden vergoed.

6. Eigen bijdrage van de werknemer

Betaalt een werknemer vanuit het nettoloon een eigen bijdrage voor privégebruik van de fiets? Dan mag deze bijdrage worden verrekend met de bijtelling.

Een verlaging van het brutoloon via een cafetariaregeling geldt echter niet als eigen bijdrage en vermindert de bijtelling dus niet.

7. Kilometervergoeding bij een fiets van de zaak

Voor een fiets van de zaak mag geen onbelaste kilometervergoeding worden gegeven. Eventuele vergoedingen voor gereden kilometers zijn belast loon.

Deze vergoeding kan wel onder voorwaarden worden aangewezen als eindheffingsloon binnen de WKR.

8. Nieuwe regeling voor deelfietsen en hubfietsen

Sinds 2026 geldt een belangrijke uitzondering voor fietsen die niet of nauwelijks bij de werknemer thuis worden gestald.

Voor bijvoorbeeld:

  • ov-fietsen;
  • hubfietsen;
  • deelfietsen

kan de bijtelling uitkomen op nihil, mits de werknemer de fiets niet meer dan bijkomstig bij de woning stalt.

Deze regeling werkt terug tot 1 januari 2020.

9. Overname van een fiets van de zaak

Neemt een werknemer de fiets uiteindelijk over van de werkgever? Dan moet worden gekeken naar de waarde in het economisch verkeer.

De Belastingdienst accepteert hierbij een waardevermindering van 20% per jaar.

Na vijf jaar is de fiscale restwaarde doorgaans nihil, waardoor een overdracht meestal geen gevolgen meer heeft voor de loonheffingen.

10. Combinatie met andere vormen van vervoer

Een werknemer kan een fiets van de zaak combineren met bijvoorbeeld reizen per eigen auto of openbaar vervoer.

Op basis van vaste afspraken mag voor de dagen waarop niet met de fiets wordt gereisd een vaste, onbelaste reiskostenvergoeding worden verstrekt. Daarbij moet het afgesproken reispatroon wel realistisch en aantoonbaar zijn.

Conclusie

De fietsregeling biedt werkgevers een aantrekkelijke mogelijkheid om duurzame mobiliteit te stimuleren. Of u nu kiest voor een vergoeding, verstrekking of leasefiets: iedere variant heeft eigen fiscale aandachtspunten.

Vooral de combinatie met de werkkostenregeling, cafetariaregeling en reiskostenvergoeding vraagt om een zorgvuldige inrichting. Door vooraf de juiste keuzes te maken, kunnen zowel werkgever als werknemer optimaal profiteren van de fiscale voordelen van fietsen naar het werk.

Back To Top